NEC – UniZVV 5

 

Idolen

 

In 1999 ging Wilfried de Jong voor de VPRO op zoek naar zijn voetbalidool Attila Ladinszky – en vond hem uiteindelijk in een kil en half overwoekerd Hongaars stadion. Prachtige televisie, prikkelend onderwerp: waar zijn de helden van vroeger? Ouderdom maakt weemoedig. Dat ligt voor de hand, want met het verstrijken van de jaren stapelt het verleden zich op. Vreemd dat de televisiezenders dit gat in de markt nog niet hebben ontdekt. Graag zou ik willen zien waar de idolen uit mijn jeugd nu zijn, wat ze doen, of ze zijn veranderd. Hoe zou het toch zijn met de schaatsers Sergej Chlebnikov en Igor Zelezovski, waar is voormalig VVV-doelman Eddy Sobczak en wat doet Willy van der Kuijlen tegenwoordig? (Jan van Beveren is godzijdank nog net voor zijn dood geportretteerd, met dank aan Mart Smeets.)

 

Soms duikt er plotseling een held op, zonder dat je er naar zocht. Zo had ik vorige week het grote genoegen om Ivan Lendl te zien tijdens AFAS Tennis Classics in Apeldoorn. Lendl verenigde alle eigenschappen van een ouderwetse held: kracht, technische superioriteit, een nonchalante onverstoorbaarheid en een mysterieuze onbereikbaarheid, gevoed door zijn Oostblok-achtergrond. In zijn tijd, de jaren ’80, had nog niemand zolang achter elkaar nummer één gestaan op de wereldranglijst (later alleen voorbijgestreefd door Sampras en Federer). Lendl werd Amerikaans staatsburger en stopte in 1994 resoluut met tennissen vanwege rugproblemen. Hij verdween volledig van het tennistoneel, ging professioneel golfen en kreeg vijf dochters, die overigens ook allemaal goed kunnen golfen. Pas dit jaar, februari 2011, maakte Lendl zijn comeback in het tenniscircuit, nota bene tegen zijn vroegere plaaggeest McEnroe. In Apeldoorn speelde hij tegen een andere oudgediende, Stefan Edberg.

 

Lendl is inmiddels 51 jaar, heeft een buikje en is wat voller in de wangen (en lijkt daarmee merkwaardigerwijs een beetje op John Travolta). Hij rent niet meer op alle ballen maar zijn techniek is nog altijd oogstrelend. En veel belangrijker: hij heeft plezier in het tennis en straalt dat ook uit. De voormalige onverstoorbaarheid heeft plaatsgemaakt voor een ontwapenende spelvreugde – alsof eindelijk alles in balans is. Dat ontdooide zelfs ook de vroegere saaineus Edberg (45 jaar), die nog lichtvoetig genoeg was om zijn vertrouwde service-volleyspel te kunnen etaleren (of heeft hij nooit anders gekund?). Een mooie strijd tussen twee speelstijlen, waar de meest jeugdige net aan het langste eind trok. Maar fysiek winnen is hier niet belangrijk meer. Mentaal gezien is Lendl de grote winnaar.

 

Wat leren we nu hiervan? Op de eerste plaats dat onze jeugdige verering van helden kennelijk ook later nog opgerakeld en aangewakkerd kan worden. Koester het, deze warme echo uit je eigen verleden. Op de tweede plaats: sport wordt leuker als je er van kunt genieten. Dat klinkt heel vanzelfsprekend, maar vergt een zekere mate van relativeringsvermogen die niet voor iedereen is weggelegd. Het is ook lastig om te beseffen dat je geniet terwijl je aan het spelen bent. Meestal komt dat gevoel pas achteraf. Een mooie test voor onze volgende wedstrijd, om onszelf te trainen in bewustzijn.

 

We hebben gelukkig onze leeftijd mee. Dat bleek ook al vorige week, toen we tegen de jonkies van UniZVV 5 moesten spelen. We zijn misschien fysiek wat minder, maar mentaal beter in balans. Een eenvoudige 5-2 overwinning.

 

Met dank aan Lendl. Het is te laat om zelf nog idool te worden, maar het is nog altijd fijn om ze te hebben.

 

Paul