25 oktober 2011

NEC – Orion 3
 
Sjoerd
 

Sjoerd is veertig. Onze benjamin hoort er gelukkig weer bij, verlost van die hatelijke dertig. Wellicht aanleiding om hem eindelijk eens serieus te nemen.
 
Sjoerd is onze onbetwiste aanvoerder. Hij is altijd en overal aanwezig – nooit hinderlijk overigens. Dat begint al ruim voor aanvang van de wedstrijd. Meestal met een zelf gestarte mailwisseling vol flauwe woordgrappen, waar hij zelf het hardst om moet lachen. In de kleedkamer loopt hij over van enthousiasme, de wedstrijd kan niet snel genoeg beginnen. Hij leeft er al een week naar toe. In het veld blijkt telkens weer waarom Sjoerd zo’n uitstekende zaalkeeper is: met inschieten niet te passeren, onze steun en toeverlaat in de zeldzame momenten dat onze verdediging is gepasseerd, vrijwel onklopbaar in een-tegen-een-situaties. Met zijn kale kop en Duitse keepershirt jaagt hij elke tegenstander de schrik in het lijf. Vloekend en tierend houdt hij ons tijdens de wedstrijd bij de les. Vroeger kon hij nog wel eens briesend door de kleedkamer stampen na een verloren wedstrijd, getergd en gevangen door zijn eigen adrenaline. Maar Sjoerd is milder geworden.
 
Eigenlijk een gevoelige jongen. En ontwapenend oprecht.
 
Sjoerd heeft jarenlang gewerkt met lichamelijk gehandicapten. Vijf jaar geleden kreeg hij een dochter, Fien, met down en allerlei lichamelijke klachten. Fien had geen betere ouders kunnen uitzoeken, een warm en welkom nest. Sinds een jaar is Fien van de sondevoeding af en sinds kort is ze ook verlost van de rollator. Sjoerd werkt ondertussen aan een betere baan, heeft naast zijn werk een opleiding gedaan en is onlangs aangenomen als manager van twee woongroepen in Tiel en Druten voor mensen met een lichamelijke beperking. Petje af.
 
Zoals gewoonlijk loodste Sjoerd ons vakkundig door de wedstrijd. Nu stond de uitkomst van dit bekerduel eigenlijk al bij voorbaat vast, want onze tegenstander speelt een klasse lager en dat was op het veld ook te merken – hoewel Orion een stuk beter speelde dan vorig jaar in het bekertoernooi. Dat we uiteindelijk met 6-3 wonnen was vooral te danken aan individualistische acties van Patrick, die dit keer wel heel weinig oog had voor zijn medespelers.
 
Jan: ‘Vind je het vervelend dat die vijf goals niet meetellen voor de topscorerslijst?’
Patrick: ‘Het is belangrijker dat we als team hebben gewonnen.’
(Zou Patrick mediatraining hebben gehad?)
 
Na afloop kon Sjoerd eindelijk zijn wekenlang uitgestelde verjaardagsrondje geven (nadat hij eerst met de pin-auto langs de automaat was gereden, haha). Erik verhoogde de feestvreugde door er een rondje overheen te ketsen. We kwamen er achter dat Erik familie is van Vitesse-spits Marco van Ginkel: Marco’s vader is de oom van de zus van de moeder van Erik, maar diezelfde vader is ook de neef van de broer van de vader van Erik. Of zoiets.
 
Ergens tussen de derde en vierde Palm werd gespeculeerd werd over het uitnodigen van een special guest tijdens ons lustrum in januari: misschien een trainer of ex-voetballer. Sjoerd pleitte voor een mooie roodharige dame, want ‘rode daken hebben natte kelders’. Diepgang en schaamteloze platheid rollen over elkaar heen, ook al ben je veertig.
 
Zo blijf je jong.

 

Paul