8 februari 2012

NEC – Morado 4 (3-2)

 

Extremen

 

Het weer is in de war. De lauwe eerste maand van dit jaar is terecht gekomen in de top tien van warmste januari’s ooit. Maar daarna ging het opeens zo hard vriezen dat we terecht zijn gekomen in de tot nu toe koudste februari sinds 111 jaar. Het ijs verspreidde zich met razende vaart op sloten, plassen, meren en kanalen. Eerst nog wat schuchter, vanwege relatief warm water en windwakken, maar met temperaturen rond min 20 graden sloeg de vorst genadeloos toe. Met het dalen van de temperatuur steeg ook de Elfstedenkoorts, een gekte die wel vaker in ons land opduikt, maar nu menens werd. De rayonhoofden kwamen zelfs bijeen.

 

Ook bij Erik stroomt het bloed sneller door de aderen, vooral na de 200 kilometer op de Weissensee, drie weken geleden. Maar de koorts zal dit jaar een ijldroom blijven: hij is als lid van de Friese Elfsteden dit jaar niet ingeloot. Gelukkig bieden de onmetelijke ijsvloeren in den lande nog genoeg mogelijkheden om zijn energie kwijt te kunnen. En dat geldt voor mij ook. Het schaatsen van een toertocht gaat boven alles. De gelegenheden dat je zo’n tocht kunt rijden zijn zo zeldzaam dat je elke kans moet grijpen. Erik en ik hadden elkaar daarom weer snel gevonden, dus afspraken werden afgezegd, het werk werd afgebeld en om kwart voor negen zaten we met Anneke in de auto richting Overijssel.

 

Kwart over tien stapten we bij Wanneperveen op het ijs. Het grote voordeel van deze omgeving is dat alle sloten en meren met elkaar in verbinding staan. Het maakt niet uit waar je opstapt, overal spreidt zich een waaier van honderden kilometers ijs voor je uit. We bevonden ons toevallig op de route van de Vijf Dorpentocht, die pas de dag erna gehouden zou worden maar al was bewegwijzerd. Zo kwamen we snel in Giethoorn, het Nederlandse Venetië. Vorig jaar mei dobberde ik nog met de kano onder de bruggetjes door, een heel vreemde gewaarwording om diezelfde weg te volgen op de schaats. Van Giethoorn staken we door richting Blokzijl, waar we opgezogen werden door een stroom toerrijders die meedeed aan de Blokzijler Merentocht. Een heuse kick. Schaatsen is nergens mee te vergelijken. De geringe inspanning die je hoeft te doen valt in het niet bij de snelheid die je ermee kunt bereiken. Vooral als het ijs inktzwart en keihard is, wieg je van de ene op de andere schaats in een bedwelmende kadans, kom je op plekken waar je anders nooit komt,  over dichtgevroren meren die anders slechts het domein zijn van zeilboten, langs rietkragen waar juist het riet wordt geoogst, door dorpjes die in de krakende kou juist weer tot leven komen en zich inspannen om de schaatsers een warm en voedzaam welkom te heten.

Macintosh HD:Users:Paul:Pictures:iPhoto Library:Previews:2012:02:13:20120213-114019:P1010258.jpgMacintosh HD:Users:Paul:Desktop:Blokzijl.jpg

 

Nadat we de Blokzijler Merentocht volgden tot over de Beulakerwiede, kluunden we een weg over en belandden prompt in de derde toertocht, de Belterwiedetocht. Die bracht ons dwars door rietkragen in Belt Schutsloot en over dat andere grote meer, de Belterwiede. Na kilometerslang heerlijk beuken tegen de gure noordoostenwind doken we weer de rietkragen in, waarna de Vijf Dorpentocht ons leidde naar het beginpunt in Wannerpeveen. Een prachtige, gelukzalige tocht van 60 km.

 

Macintosh HD:Users:Paul:Desktop:staticmap.png

Etappe Blokzijl-Belt Schutsloot, geregistreerd door Eriks schaatsapp.

 

’s Avonds om acht uur hield Nederland zijn adem in toen de voorzitter van de Friese Elfsteden tijdens de persconferentie het woord nam. Zijn woorden waren net zo resoluut als de beslissing: de Elfstedentocht gaat dit jaar niet door. Historische tranen van Erben Wennemars bij DWDD.

 

Nog twee uur later mochten we een partijtje zaalvoetballen tegen Morado. Totaal ondergeschikt aan het schaatsen, maar daarom niet minderwaardig. Ondanks de enigszins stramme spieren ging het goed. Erik scoorde zelfs onze eerste goal, een koele rebound na een verwoestend schot van Jeroen. Bij afwezigheid van Patrick werd er lekker veel overgespeeld. Jeroen had prachtige bewegingen in huis, kapte de verdedigers helemaal gek maar trof steeds weer de keeper. Toen deze met een bloedneus het veld af moest, roken we eindelijk onze kans, maar niet nadat Jan nog enkele grote mogelijkheden liet liggen. (Dacht dat Jan de aanval koos nu Patrick er niet bij was, maar naar eigen zeggen staat hij vaker voorin, dat was me kennelijk nooit eerder opgevallen…). Eerst lokten we handig een eigen doelpunt van Morado uit, daarna stoomde Remco dwars door de verdediging voor de winnende treffer, die leidde tot een sobere maar sterke 3-2 overwinning.

 

Geen naborrel in Trianon, maar wel in de kantine van de Jan Franssenhal een halve liter Weizen als uitgestelde beloning van een grandioze sportdag. Het gemijmer over sport bracht ons naar een ver verleden, toen Jantje Franssen nog op reddingzwemmen zat. Toen zijn vriendje Hai Voeten voor een wedstrijd moest afzeggen, heeft hij op diens licentie meegedaan - en gewonnen! De winnaars van zilver en brons staken ondanks de lagere treden van het ereschavot boven hem uit. Daags daarna stond een foto van Jan Fransen met beker in het Dagblad voor Noord-Limburg. Maar in plaats van trots wachtte hem een deceptie: bij het fotobijschrift stond echter niet Jan, maar Hai Voeten... Daar is Jan nooit meer bovenop gekomen. Meteen ook zijn zwemcarričre naar de haaien. Totdat hij dit jaar weer de kriebels kreeg. Hij oefent nu voor de kwart triatlon.

 

Ieder z’n ding. Met zwemmen heb ik helemaal niets, ik hou alleen van water als het bevroren is. Maar de kick van het lange sporten snap ik maar al te goed. Zeker na vandaag!

 

Paul