NEC-UNIVV-3

6 maart 2012

 

Bril

 

Opeens waren ze daar, uit het niets, afgelopen zomer. Of alweer de zomer van 2010? Eerst bij de zogenaamde BN-ers, de  Sylvie van der Vaarten,  Yolanthes en Gordonnen. En al snel op de neuzen van half Nederland: de zonnebrillen met de veel te grote glazen, die een groot deel van het gezicht bedekken. Als een griepepidemie verspreidde dit fenomeen zich over ons land. Veel ogen, wangen en wenkbrauwen waren onzichtbaar als de zon scheen, en ook vaak bij andersoortig weer. En geen haantjes die er naar kraaiden. Geen woord over menselijk contact, waarbij het zo belangrijk is dat je elkaar in de ogen kunt kijken. Geen kamervragen, geen equivalent van een boerkaverbod. Nee, die belachelijk grote zonnebrillen werden als heel normaal beschouwd, ja zelf hip (cool, vet) gevonden.

Het vreemde was dat de vrouwen (want dat waren het merendeels) zich hartstikke bijzonder, zelfs uniek vonden, terwijl ze allemaal op elkaar leken. Schoonheid en lelijkheid werden door de grote donkere vlakken bedekt, gezichtsuitdrukkingen onherkenbaar. Iets soortgelijks speelt zich nu af met de grote hoornen brillen met donker montuur. Een flink deel van brildragend Nederland en zelfs ook personen die nog scherp zien, laten zich zo’n ding aanmeten, waarmee ze zich een intellectueel imago denken te geven. Onbewust wordt met zo’n bril gerefereerd aan de jongens die een aantal jaren geleden veelvuldig te zien waren in het televisieprogramma R.A.M. van de VPRO. Ook allemaal zo’n bril op de neus en quasi-diepzinnig praten over kunst. Conceptuele kunst welteverstaan, waarbij het idee belangrijker is dan de vorm, zodat iets heel lelijks toch mooi gevonden kan worden.

Ook hier geldt dat de donkergemontuurde medemens zich speciaal voelt, anders en iets verheven boven de meute, terwijl ze niet in de gaten hebben dat ze zich hebben laten verleiden door een modeverschijnsel, waardoor ze juist tot onherkenbaar grijze massa behoren. Want wie wil er geassocieerd worden met Jan Smit, Albert Verlinde, Nick of Simon (of allebei), Patricia Paaij, Ronald de Boer en al die andere Nederlanders, die zo nodig zo’n “trendy” bril moeten dragen? Alsof een schilderijtje iets wordt als je er een zwart lijstje om doet.

Ook een lid van het vermeende sportteam dat die avond in Trianon een nazit had dacht zichzelf te hebben versierd met een erg fors uitgevallen exemplaar. De tast-toe-serveerster, die ons had gecategoriseerd als de “dinsdag-mannen”, vertelde ons dat er nog een team was dat Trianon als vaste verblijfplaats na het sporten had gekozen, en dat wij natuurlijk meteen als concurrentie beschouwden. Toevallig kwamen ze die avond binnen, maar toen ik die bril zag wist ik dat we niets van ze te vrezen hadden. Bovendien hadden ze geen sporttassen  bij zich of andere sportattributen als bowlingballen, curlingstenen of biljartkeus. En ze hadden geen natgedouchte haren en zagen er geenszins sportief uit, met het 70+-opaatje als dieptepunt. Wij verdiepten ons weer in bier en nootjes, maar Joppe, onze elfde man die gezellig was aangeschoven, wilde wel weten welke zweetloze tak van sport deze heren bedreven. Hij werd een tijdje uilig aangekeken door het saaie clubje, maar uiteindelijk kwam het woord “volleybal” over de kleurloze lippen. “Laag niveau hoor,” zei men er ten overvloede bij.

Onze eigen prestatie van die avond kreeg aanzienlijk meer sterren. De kampioen van vorig jaar hadden we in een spannende pot met 3-2 verslagen. Onder leiding van een met een sportbrilletje getooide oud-student had UniZVV 3 tot twee keer toe een voorsprong genomen, waarbij de 1-2 zelfs tot stand kwam toen een Patricks oud-HAN-student met geel op de bank zat. Patrick had ons kort daarvoor na een dubbele kluts langszij gebracht en na rust zorgde hij met een punter in de kruising opnieuw voor de gelijkmaker. Vlak voor tijd kwam volgens Paul de mooiste actie van de avond. Flegmatiek noemde hij de manier waarop Remco na een onderschepping de bal in bezit hield na hem eigenlijk iets te ver voor zich uit te hebben gespeeld, even inhield alvorens hij een 1-2 met Gerard opzette en vervolgens rustig in het uiterste hoekje afrondde. Onverstoorbaar en traag-kalm (Van Dale) was het inderdaad. De oude Grieken dachten dat flegmatieke personen teveel slijm hadden, maar daarop heb ik Remco nog niet kunnen betrappen. En of dat geldt en gold voor Piet Keizer, Rob Rensenbrink, Coen Moulijn, Bryan Roy, Arjen Robben (voordat hij naar rechts werd verbannen) en Dusan Tadic (Groningen) weet ik ook niet, maar ouderwetse (linksbenige) linksbuitens zijn volgens Patrick typische flegmatieke voetballers. Remco is een rechtsbenige dynamische middenvelder en toch flegmatiek. Alle volleyballers zijn sporters, maar niet alle sporters zijn volleyballers. Zoiets.

Toen ik ging plassen moest ik opeens denken aan de Bescheurkalender van Koot & Bie. Vanaf 1973  zorgde dit onvolprezen duo (zie ook mijn NEC-jubilöm-bijdrage) voor een revolutie in de belegen scheurkalenderbranche met hilarische  en vindingrijke dagelijkse stukjes. In de kalender van 1983 hebben beide heren op een sta-feestje een wc-bril om, de klep geopend voor zich, hapje en drankje daarop binnen handbereik. De nieuwste trend, onder het motto “Brilt u al?”. Iets voor onze nazit of toch maar overlaten aan saaie vreemd bebrilde volleyballers?

 

Gerard