11 april 2012

NEC – SCE 3

 

Baggerpot

 

Vervelend? Vreselijk? Afgrijselijk? Ik weet niet meer welk adjectief Jeroen gebruikte na afloop van de wedstrijd, maar het had een erg negatieve lading en werd door hem gekoppeld aan het zelfstandig naamwoord “baggerpot”. En dat sloeg niet op de eredivisiewedstrijd NEC – Heerenveen, die we met ons hele team in het Goffertstadion hadden bekeken, waarbij Joppe Sjoerd waardig verving. Niet zozeer qua humor, maar wel qua bierconsumptie en enthousiasme. Want een baggerpot was het geenszins, wel een vreemd duel. Zelden zo’n groot verschil gezien tussen twee helften in één wedstrijd.

 

Oppermachtig was NEC aanvankelijk, fel in de duels, rustig in de defensie en overtuigend in het aanvalsspel, waarbij een aantal mooie combinaties resulteerde in slechts twee treffers. Van Zeefuik, die volgens Cas “Zeeslak” als bijnaam heeft, gezien zijn wat onbeholpen motoriek en vooral zijn flinke buikomvang. Schöne was de überragende man op het middenveld en doelman Babos had niets te doen. Als Sjoerd hem had gebeld, had hij zeker 45 minuten op diens kinderen kunnen passen. Maar na de rust was er voor hem geen houden meer aan, letterlijk en figuurlijk. Paul had zijn broodje warme worst nog niet op of de aanvalsgolven namen een aanvang op het NEC-doel, en Pauls maag. De laatste bleek beter bestand tegen de dreiging dan de Nijmeegse verdediging, hoewel het nog een kwartiertje duurde voor Bas Dost voor de eerste maal doel trof. Het was de aankondiging van een zuivere hattrick en Assaidi completeerde het kwartet Friese goals in de laatste minuut. We hadden geluk dat we in vak V zaten, of Patrick had dit goed uitgedacht, want alle goals vielen aan onze kant en het juichen steeds voor onze ogen. Remco maakte de juiste analyse, die maandag ook in De Gelderlander te lezen was (van de journalist): Gouweleeuw werd in de rust door trainer Jans naar het middenveld doorgeschoven, waardoor Schöne geneutraliseerd werd en Heerenveen vrijuit kon aanvallen. Zo was het. Opvallend trouwens hoe jong veel spelers ogen en zijn, dat was goed te zien bij de warming-up van de Heerenveen-reserves pal voor ons vak. Alleen Gerald Sibon kwam met zijn 37 jaar een beetje in onze buurt, verder bleke snoetjes van jongetjes van wie ik dacht: Weet je moeder wel dat je hier bent?

 

Na de 2-4 nederlaag waren we nog welkom in de Gaanderij, een feestruimte voor VIP’s en belangrijke gasten, waarvan er zoveel waren, dat je nauwelijks je kont kon keren om bonnen te kopen, laat staan een biertje te halen. Bij de ingang kregen we wel een glaasje met vermoedelijk prosecco, wodka en citroenijs, dat we door het bijgeleverde rietje naar binnen werkten. De live muziek droeg ook niet bij aan een probleemloze conversatie, zodat we unaniem besloten om koers te zetten naar een willekeurig etablissement met de naam Trianon. Daar aangekomen bleek dat we onderweg enkele ploeggenoten verloren waren. Remco was per ongeluk doorgefietst naar Oosterhout, Jeroen naar Studio Sport en Erik naar de ziekenboeg. De conversatie in het rookgedeelte, waar gelukkig niet gerookt mocht worden, was even probleem- als oeverloos, tot de laatsten het tijd vonden om naar huis te gaan en de allerlaatsten om een joint te roken.

 

Hoe anders was de stemming vier dagen eerder. Erik, Paul en Gerard zaten troosteloos ontroostbaar de smadelijke nederlaag tegen SCE 4 te analyseren. Collectieve offday, alle vermijdbare tactische fouten werden gemaakt, de wil om te winnen was er niet, er werd niet meegelopen met de tegenstander, één lichaamsschijnbeweging van een SCE-er was genoeg om drie NEC-ers de verkeerde kant op te sturen, die jongen met de witte schoentjes kreeg veel te veel ruimte, wat speelden de bal veel te zacht in, er werd te weinig bewogen, en zo ging het drie Koninck lang door. Duidelijk was wel dat niemand zijn gebruikelijke of mogelijke niveau haalde. Okay. Jan had de Engelse ziekte, Remco vaderschapsverlof en Jeroen en Wim kwamen nog terug van blessures. Maar Cas was geen schim van het druk bellende kekke mannetje in pak met laptop, dat Paul in de trein tegenkwam. Sjoerd had meer oog voor toeschouwer Ché dan voor de bal,  Patrick had (of was?) een snotneus, Erik oogde alsof hij al een paar keer de Alpe d’Huez was opgefietst en Paul en Gerard hadden schijnbaar een zware vijfsetter in de benen. Kortom: een baggerpot, zonder verder toevoegingen.

 

Gerard

 

Sjoerd: Héél leuk verslag, jammer dat ik zaterdag niet mee kon. Als aanvulling nog wel even de wijze woorden van Ché na de wedstrijd: 'Papa, het maakt niet uit of je wint of verliest. Als je maar gewoon lekker kan sporten.'

 

Jan: Edoch 2 wijzigingsvoorstellen. Dat van die zeeslak had ik bedacht (copyright!) en het betrof de wedstrijd tegen SCE3 (en niet SCE4). Of leg ik nu te veel zout op de zeeslak?