Dinsdag 24 april 2012

NEC – Brakkenstein 2
 
Vooruitgang
 
Sinds kort ben ik geabonneerd op een gratis dagelijkse nieuwsservice, Het Nieuws van de Vooruitgang. Geen nodeloos deprimerende berichten over verkeersongelukken, moordaanslagen of natuurrampen, maar nieuws dat optimistisch maakt. Zo lezen we dat het aantal zonnige lentedagen in Nederland flink is toegenomen dankzij het terugdringen van de luchtvervuiling, dat
een groep tienermeisjes in Amerika actievoert tegen photoshoppen van foto’s in tienerbladen en dat het sinds kort mogelijk is om flessen te maken van bioplastic, zodat daarvoor geen aardolie meer nodig is. Maar ook dat de linkerkant van ons hoofd meestal knapper is dan de rechterkant en dat het eten van aardbeien en bessen de hersenen van oudere mensen beschermen tegen aftakeling, vanwege de flavonoïden.
 
Dat laatste geeft te denken. Mijn oude NEC-zaalvoetbalmotto is: Je kunt het verval niet tegenhouden, je kunt het hoogstens wat uitstellen. Vooralsnog doen we dat uitstekend. Maar hoe is het met onze hersens? Rond deze leeftijd begint het geheugen te haperen, de harde schijf is overvol en diep weggestopte informatie kan maar moeizaam de weg vinden naar het bewustzijn. Gesprekken krijgen steeds vaker het karakter van een quiz omdat de namen van films, popgroepen, voetballers en boeken ons zijn ontschoten, waarbij anderen maar al te graag willen helpen om het goede antwoord te geven. In het uiterste geval brengt onze smartphone uitkomst. De vreugde van de ‘O-ja-Erlebnis’ weegt voorlopig nog ruimschoots op tegen de pijnlijke schaamte van het vergeten.
 
Achter geheugenverlies schuilt een diepere filosofische laag. Juist als je ouder wordt, leun je steeds meer op herinneringen en steeds minder op toekomstperspectieven. Maar als de hersens haperen, laten de herinneringen je in de steek. Een zorgvuldig opgebouwd verleden wordt langzaam weggeknaagd. Van de andere kant prediken alle Oosterse filosofen dat je niet moet leven in het verleden of in de toekomst, maar in het heden. Je zou geheugenverlies dan ook kunnen zien als een zelfregulerende manier van wijzer worden. Als de toekomst en het verleden zich versmallen, blijft vanzelf alleen het heden over. Net als bij een konijn of kip.
 
Gelukkig zijn we daar nog niet aan toe en kunnen we nog teren op allerlei mooie herinneringen, soms in quizvorm, soms spontaan opduikend, soms in dronken hanenpoten neergeschreven op bierviltjes. (Sjoerd kreeg op zijn werk een papiertje met een telefoonnummer van ene heer De Leeuw die hij moest terugbellen. Toen hij dat deed, kreeg hij Ouwehands Dierenpark aan de lijn. “Ja we hebben hier wel een leeuw, maar die kan niet aan de lijn komen.” Waarom moet ik daar plotseling aan denken? Nog eentje. Jan kan niet lezen zonder leesbril, maar hij heeft haartjes op zijn neus en als hij daar doorheen kijkt ziet hij plotseling wel scherp. Hij wil daar baanbrekend onderzoek naar doen en scheert tot die tijd in ieder geval nooit zijn neus.)
 
Ook in voetbal geven herinneringen vaak een goed gevoel. De afgelopen wedstrijd tegen Brakkenstein bijvoorbeeld, toen alle combinaties lukten, we elkaar strakke en harde passes gaven, en mede dankzij een onthutsend zwakke tegenstander uitliepen naar een monsterscore van 18-3, de grootste uitslag in onze poule dit jaar. (Vreemd genoeg zeiden onze tegenstanders na afloop tegen elkaar: ‘Goed gespeeld’. Da’s wel een heel krampachtige manier om vernedering om te buigen in Nieuws van de Vooruitgang).
 
Wat leren we nu hiervan? Voortaan eten we vooraf een bakje bessen met aardbeien en gaan ons lekker bezig houden met het creëren van nieuwe herinneringen. En er is meer goed nieuws: in Duitsland is onderzoek gedaan waaruit blijkt dat door regelmatig sporten niet alleen de lichamelijke conditie beter wordt, maar dat ook de hersens beter gaan werken. De proefpersonen waren tussen 40 en 65, zoals wij dus. Na een half jaar scoorden de sporters beter op diverse geheugentests.
 
Goed om te onthouden!
 

Paul