25 september 2012

NEC-SCE3

 

Tweede jeugd

 

Sjoerd is aan zijn tweede jeugd begonnen. Zijn eerste eindigde een jaar of tien geleden, toen hij uit zijn studentenwoning trok en ging samenwonen in een burgerlijk flatje in Brakkenstein. De motor werd van de hand gedaan en er werd serieus over kinderen gedacht. De daad werd meerder malen bij de gedachte gevoegd met een ongekend resultaat. En kwamen er ook niet een paar huisdieren in huize Soeteman? Als klap op de vuurpijl deed onze Sjoerd met een vage huisvriend mee met het dufste tv-spelletje aller tijden. De wilde haren was hij, ook letterlijk, definitief kwijt.

 

Wij, zijn zaalvoetbalvrienden, merkten dat al snel. Er stond niet meer een door Red Bull opgefokte, snel geďrriteerde spring-in-het-veld in het doel, maar een rustige, haast volwassen sluitpost, die als een steeds jongere God de meeste ballen uit zijn heiligdom ranselde. Een foutje van een NEC-verdediger werd glimlachend met de mantel der naastenliefde bedekt en onze niet-meeverdedigende aanvaller (lees: Patrick) kreeg de bal na weer een solide redding zorgvuldig op de stropdas gegooid, zodat hij fluitend kon scoren. Na afloop kreeg de steevast warrig leidende en in de weg lopende scheids een hartelijke onthandschoende hand en een iets minder gemeend complimentje van onze vriendelijk glimlachende aanvoerder. Dit was de nieuwe Sjoerd!

 

Was, schrijf ik, want in de tweede competitiewedstrijd van dit seizoen bleken de spreekwoordelijke bordjes verhangen. De ontevredenheid en irritatie straalden weer als vanouds uit de poriën van onze doelman en zijn verbale bijdrage aan de wedstrijd ging beduidend verder dan “Kop.” bij de toss. Iedereen in de zaal kreeg er ongenadig van langs, waarbij hij zichzelf geenszins spaarde en de inderdaad bedroevend fluitende scheids het bovenal moest ontgelden. “Dat is helemaal geen corner!”, foeterde Sjoerd luidkeels, toen de arbiter op aangeven van de rechtvaardige Paul naar de figuurlijke hoekvlag wees. Ook het missen van handsballen en het negeren van overtredingen van de zich soms als veldvoetballers gedragende tegenstanders werden door hem publiekelijk Michelsiaans als oorlogsmisdaden gekenschetst. Op zijn falende ploeggenoten waren enige wakker schuddende woorden zeker van toepassing, gezien het wankelmoedige verdedigen, het grossieren in balverlies en het missen van vele, ogenschijnlijk eenvoudige kansen. Desondanks hadden we deze late dinsdagavond de winst kunnen pakken, want we scoorden nog vier mooie goals, maar Sjoerd was, zoals gezegd, niet de oude (of juist wel) en liet een paar houdbare ballen passeren. Eentje werd zelfs vanaf de achterlijn onmogelijk in de verre hoek geschoven, hetgeen een 4-5 nederlaag betekende.

 

“Ik ben aan mijn tweede jeugd begonnen”, zei Sjoerd in de kleedkamer, toen de eerste woede over, ik citeer, die “kale homo” was gezakt en het verdriet over de wanprestatie langzaam wegebde. Een motor heeft hij niet gekocht, omdat het budget ontbreekt, zodat hij snel per fiets naar huis ging, nadat hij de geciteerde zijn excuses had aangeboden. Hij had ook nog bereikbaarheidsdienst.
Daardoor miste Sjoerd het interessante verhaal van Erik, die op een cursus dat geleerd dat roofvogels niet reageren op geluid, maar op uitstraling. Als, willekeurig voorbeeld, Sjoerd een, willekeurig voorbeeld, havik voor, willekeurig voorbeeld, luid voor “kale homo” zou uitschelden, zou de vogel rustig blijven zitten. Maar als, slecht voorbeeld, Pim Fortuin zonder kleren zou binnenkomen, zou de vogel direct omkijken. Of wegvliegen. Of deze attitude in een zaalvoetbaldoel veel zou opleveren, is nog even de vraag. Diepgaand wetenschappelijk onderzoek is nodig. Misschien dat Patrick er iets aan heeft als hij de hond uitlaat en het gezellige kwebbelclubje van Dian tegenkomt.

 

Gerard