19 oktober 2012

Blauw Wit 2-NEC

 

Raad de plaat

 

“Ich bau dir ein Schloss”, dacht Sjoerd en met hem alle aanwezige NEC-ers op die vroege woensdagavond in de Jan Franssenhal.  De sterke ploeg van Blauw Wit werd gevreesd en het plan was een onneembare vesting te maken van ons verdedigingsgebied. Helaas, na 23 seconden hing er al een Purple Haze in de zaal, toen een vijandelijke punter keihard in de kruising zeilde. Hadden wij weer, immer wieder Mittwochs. Toen Casper de zaal binnenkwam was het al 4-0 en stond  Sjoerdin het doel als een marsipulami die mikado aan het spelen was. Twee goals later glimlachte de tegenstander “Ha 6!” en werd het voor hen een hele buona sera. Wij daarentegen struinden over het veld als zwerfkatten. The beat went on, maar gelukkig kwam Blauw Wit net niet in de dubbele cijfers en voordat scheidrechter Harry Jung voor het einde floot, maakte Paul de verdiende eretreffer. Wham! Werd het zo toch nog een beetje een green day voor ons?

 

Niet echt, al was het alleen maar omdat Patrick, tegen zijn gewoonte in, verstek liet gaan bij de Trianonse nazit. Terwijl zowel Sjoerd als Erik een rondje gaven ter ere van hun respectievelijke verjaardagen. “Ich bin wie du” proostten ze met elkaar. Toch was de 9-1 nederlaag niet meteen vergeten, want iedere wedstrijd is ook een leermoment (alleen al door die bal). Wat ging er mis? De meningen leken uiteen te lopen, maar de puzzelstukjes vielen uiteindelijk op hun plaats. We begonnen met teveel respect (lees: angst) voor Blauw Wit aan de wedstrijd, niet met het idee dat we dit potje ook zouden kunnen winnen. Daardoor gingen zelf de basiselementen van het zaalvoetbal mis: bal aannemen, bal afschermen en vooral ook de durf om goed (hard en zuiver) in te passen. Hierdoor ontstond veel te vaak balverlies, met menig tegengoal als gevolg. En als we dan eens een mogelijkheid voor de vijandelijke goal kregen, waren we zo overdonderd en daardoor gehaast, dat de kans snel verkeken was. Kortom: de huidige zwakte van ons spel manifesteert zich in balbezit, niet als we moeten verdedigen.

 

Na deze duidelijke analyse konden we ons richten op een minstens zo belangrijke zaak: de popquiz in De Kroon. Nog vier dagen en dan zou de helft van onze ploeg een team vormen om zoveel mogelijk titels, zangers en bandnamen te herkennen in het café aan de Daalseweg. Gelukkig had  de ober van dienst in Trianon, de jongeman die cola- en icetea drinkende zaalvoetballers zo verafschuwt, de muziek op het publiek afgestemd. Nummers uit de jaren 70 en 80 passeerden de revue, veelal herkend door ons, al dan niet met de app van de IPhone. Sailor, Pink Floyd enne is dat niet Crosby Stills Nash & Young? Dat gaf veel vertrouwen voor komende zaterdag. Met een goed gevoel gingen we naar huis.

 

Zaterdag was het druk in de Kroon en gezellig en er werd serieus gequizd door Paul, Casper, Patrick, Wim en Gerard. Hoe het ons vergaan is? Veel Palm en Weihenstephaner en een navenante rekening. Paul “likede” alles met zijn duim in het verband, want hij was aangevallen door een halfleeg blik halve perziken. Een kwart blik perziken dus. We haalden de hoogste score ooit voor een NEC-team: 96 punten, waarmee we voorbeeldig in de middenmoot eindigden. Maar van de muziek resten alleen nog wat flarden, even vaag als de door Paul gemaakte foto’s. Op de fiets naar huis nam ik de bright side of the road en binnenin brandde de eternal NEC-flame.

 

Picture (Device Independent Bitmap) 2.jpgPicture (Device Independent Bitmap) 1.jpg

 

Gerard