23 oktober 2012

NEC – Morado 5

 

Reclame

 

Afgelopen zomer hebben we kunnen genieten van onwijs mooie sport. Oké, het EK voetbal viel vanuit Nederlands perspectief wat tegen, maar dat is ruimschoots goedgemaakt door ‘ons’ optreden op de Olympische Spelen. Vooral Ranomi Kromowidjojo maakte diepe indruk op de 50 en 100 meter vrije slag. We hebben een nieuwe heldin, net zo ongenaakbaar als destijds Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn. Groot was dan ook mijn teleurstelling om Kromowidjojo afgelopen week te horen in een radiocommercial. Let op hoe die begint: ‘Dat een goede nachtrust goud waard is, heb ik met twee gouden medailles op de Olympische Spelen wel bewezen.’ Een verbijsterend slap bruggetje dat de inleiding vormt op een irritant verkooppraatje over een product dat werkelijk helemaal niets te maken heeft met haar prestatie. Het gaat om matrassen.

 

Ik snap best dat je als topsporter niet kunt leven van roem alleen, en dat je probeert om je bekendheid om te zetten in klinkende munt. Maar waarom op deze manier? Waarom zou je, na alle inspanningen om op je welverdiende voetstuk terecht te komen, er meteen weer vanaf donderen door zo’n diepe knieval te doen voor de commercie? Je te laten inhuren als een derderangs acteur?

 

Sporters en reclames, het is een slecht huwelijk. Ook schaatsers hebben er een handje van, en bijna altijd loopt het fout af. Yvonne van Gennip en Marianne Timmer presteerden slecht tijdens toernooien waar ze in de pauzes waren te zien in televisiecommercials. Marc Tuitert verlaagde zichzelf na zijn grandioze Olympische gouden medaille van 2010 door reclame te maken voor chocolade kinderrepen. Nooit meer iets van gehoord, van Tuitert. Dat zal hem leren!

 

Hoe zit het dan met voetbal? In de meest kapitalistische sportbranche ter wereld is reclame veel belangrijker dan de sport zelf. De inkomsten van merchandising en tv-rechten zijn vele malen groter dan de recette uit kaartverkoop. Voetballers zijn bewegende reclamezuilen geworden in handen van multinationals als Nike (Ronaldo, Wesley Sneijder), Pepsi (Messi, Beckham) en Play Station. We zijn er zo aan gewend dat we er ons ook niet tegen verzetten. Behalve iemand als Jamie Olivier, die openbaar protest aantekent tegen voetballers die ongezonde dingen aanprijzen, zoals David Beckham met Pepsi en Gary Linneker met Walker chips. Maar hoereren met de commercie is al zo oud als het profvoetbal – en eigenlijk nog zelfs ouder. Al in 1972 maakte Cruijff maakte reclame voor Claeryn Jenever, een jaar later voor Brueger verf en in 1979 zelfs voor het sigarettenmerk Roxy. Zelden worden voetballers ingezet voor voetbalgerelateerde producten en het kan eigenlijk alleen maar de toetssteen der kritiek doorstaan als de reclame echt grappig is – een oneigenlijk argument, maar dan is het op z’n minst draaglijk. Denk daarbij aan Louis Suarez in de hoorapparatenwinkel (‘niet op de bank!’) of Frank Rijkaard en Rudi Völler aan het ontbijt, als een soort Wiedergutmachung van het spuugincident tijdens het WK van 1990.

 

Helaas is dit eerder uitzondering dan regel. De zucht naar exposure en winst leidt meestal tot middelmatigheid. Zo heeft Louis van Gaal onlangs een Loden Leeuw verdiend als meest irritante BN’er in de reclame (MediaMarkt).

 

Maar hoe kwamen we daar nu eigenlijk op? Moet ongetwijfeld tijdens de derde helft zijn gebeurd, in Trianon, na de hopeloos verloren wedstrijd tegen Morado (1-5). Het ging over reclame maken, crowdfunding en een mogelijke uitbreiding van onze website waar mensen geld kunnen doneren. Dan hoeven ze ons niet te betalen om ons aan te kleden (dat doet Trianon al), maar om ons uit te kleden. Een oud idee waar in een grijs NEC-verleden al een keer hilarisch over is geschreven (Jan kan dat vast heel snel opzoeken). En via een omweg heel actueel. Voor een tentoonstelling over mannelijk naakt in de kunst heeft het Weense Leopold Museum een affiche laten maken van drie naakte voetballers, slechts gekleed in voetbalkousen en schoenen. Lekker recht toe recht aan. Maar er kwam zo’n golf van kritiek dat men moest besluiten om de affiches in de openbare ruimte te kuisen met een preutse censuursticker.

 

’t Is ook altijd wat met die reclame.

 

Paul

 

 

Macintosh HD:Users:Paul:Desktop:Leopold Museum.jpg