30 oktober 2012

NEC – SCE 4

 

De bal

 

‘De bal weet niet hoe oud je bent’. Ricardo Moniz, trainer van Red Bull Salzburg, liet deze mooie woorden zweven in een interview. Het zou een ode kunnen zijn aan oudere voetballers zoals wij. De bal heeft niet in de gaten wie tegen hem aan schopt. Laat zich net zo makkelijk dirigeren door Jan van 55, als door een tegenstander van 20. Voetbal is universeel, de bal luistert alleen naar de taal van de voeten, onafhankelijk van leeftijd, sexe, lengte of ras. Voetbal is de meest ultieme vorm van emancipatie, de meest afgebakende vorm van vrijheid. Leeftijd is irrelevant, oud zijn een illusie. Zolang onze voeten spreken, blijven we leven.

 

Helaas bedoelde Moniz zijn mooie woorden anders. Hij verpakte het in verzuchting over de 200 voorzetten die hij dagelijks op Olic nam. Ivica Olic is niet bijster technisch begaafd maar wel een harde werker. Olic werd verkocht aan Bayern München en Moniz merkte dat hij oud was geworden, omdat de 200 voorzetten hem zwaar vielen. Maar de bal had niets gevoeld.

 

Jeroen had dinsdag een nieuwe bal gekocht. Een zaalvoetbalbal of, liefkozend, plofbal. Mooi ding, blauw met wit, een echte Derbystar. Op kosten van de sponsor, van Trianon, want zo hadden we dat vastgelegd en door André laten ondertekenen. Op een viltje. Een iPhone-foto van Erik is het bewijs. Maar we hebben niet gespeeld met de mooie nieuwe zaalvoetbalbal. Hij was te hard, zei Jeroen. En ik, ik was gelegenheidsaanvoerder, luisterde naar het advies van Jeroen, zou willen dat er meer meningen vrijkwamen in die nerveuze middencirkel aan het begin van de wedstrijd, zou willen dat er ploeggenoten opstonden en zeiden: ‘fuck you, natuurlijk spelen we met onze nieuwe bal, al maanden snakken wij naar deze bal, je gaat nu godverdomme niet zeggen dat we daar niet mee spelen.’ Maar niemand stond op, en ik was te laf om in te grijpen.

 

Macintosh HD:Users:Paul:Desktop:Bal.JPG

 

We speelden met onze oude bal, ook blauw wit, maar gehavend door de tijd. En de bal luisterde niet. Althans, niet naar ons. Passjes kwamen niet aan, een-tweetjes werden niet begrepen, onze benen stroomden vol pudding. Wim klaagde dat het leek alsof hij voor het eerst een bal raakte. Patrick liet de bal zijn vertrouwde werk doen, maar na jarenlang dezelfde bewegingen trapt SCE 4 daar niet meer in. Patrick liet zijn kopje hangen tot ver onder zijn schouders. Erik wist niet meer waar hij moest vrijlopen, en ik raakte halverwege de tweede helft geblesseerd, in een poging de bal te onderscheppen. Met z’n vijven over, aftellen naar het einde, wetend dat de bal niet meer voor ons zou kiezen. Bij het laatste schot op goal raakte ook Jeroen weer geblesseerd. Eeuwige hamstrings. Het laatste fluitsignaal bevrijdde ons uit de misère, maar ontnam ons een kans op herstel en maakte de domper daarmee ook manifest en bijna beangstigend aanraakbaar. De 0-4 voelde als een vrije val in een canyon. Vorig jaar in de competitie nog redelijk bovenin, nu roemloos met één punt onderaan. Is dat onze toekomst?

 

De bal weet niet hoe oud je bent, maar de bal weet ook niet wat er in je omgaat. De bal weet niets van hypotheken en apps, van verbouwingen en relatieproblemen. Hoe oud je je voelt. En van blessures. Eigenlijk is de bal maar een heel dom ding, een anoniem en zielloos stukje nepleer waar je tegenaan trapt. Een overschat onderdeel van het voetbaluniversum. Hoe graag ik ook de bal de schuld zou willen geven van alles wat mis gaat, het lukt niet.

 

Shit, dan ligt het toch aan onszelf.

 

Paul