6 november 2012

NEC – SCE 2

 

Happy ending

 

“De titel van het verslag heb ik al,” zei ik in Trianon tegen Patrick, Paul en Sjoerd in alfabetische volgorde (hun namen, niet de woorden, want dan zou het “Al de heb het ik titel van verslag” zijn geworden, en zoveel had ik ook weer niet gedronken). Eriks ontboezeming dat hij zich tweemaal per week liet masseren door Nathalie was hier mede debet aan. De combinatie meisjesnaam/massage doet menig mannenhart sneller kloppen en zeker dat van sommige zaalvoetbalkeepers. Ik wist natuurlijk niet beter dan dat happy ending de iets dynamischer variant was van happy end, het schijnbaar verplichte slot van alle Hollywoordfilms. Van mooie Europese speelfilms wordt met enige onregelmaat in Amerika een remake gemaakt, vaak met meer spektakel en special effects. En een eventueel droevig of open einde is dan in de Amerikaanse versie steevast een snotterig happy end geworden.

 

Maar Sjoerd opperde dat niet alleen Eriks pijnlijke rug en benen een Nathaliaanse behandeling kregen, maar ook een niet nader genoemd lichaamsdeel onder de gordel, en dat heet dan happy ending, snotterig of niet. In ieder geval gaat Erik er beter, of ten minste soepeler, van voetballen. Hij vertelde vol trots dat hij in het weekend tijdens een wedstrijd van de Beuningse Boys veteranen een vrije trap vanaf 25 meter met een lichte curve in het vijandelijke doel had geknald. Met speels gemak. Of Nathalie hierbij aanwezig was, is onbekend. En ook van grote kunstzinnige schoonheid was het doelpunt waarmee hij ons die avond in de zaal op voorsprong had gezet tegen SCE. Oog in oog met de SCE-goallie zag onze held uit een ooghoek de doelman naar de grond gaan, hij hield bewust even in en verschalkte hem met een leep lobje. Dit was de 5-4, moeizaam bereikt na een vroege 0-3 achterstand tegen een matige tegenstander. Het lijkt alsof Edward Murphy dit seizoen met ons meespeelt, want alles wat mis kan gaan, gaat ook mis, of het nou gaat om kansen missen, balverlies, (stroeve) balaankoop of blessuregevoeligheid. Daarbij doet de hamstringblessure het goed in de statistieken. Paul was daardoor slechts enthousiast toeschouwer, terwijl Jeroen en Gerard wel meespeelden, maar met de spreekwoordelijke handrem erop. Beiden hadden zich getooid met een van Paul geleende elastieken beenband, zodat ze leden van het Genootschap van de Grijze Dij leken. De heupblessure kwam overigens met stip op 2 binnen, fanatiek geplugd door Jan, die speciaal daarvoor met het gezin was gaan skiën.

 

Toch was er ook goed nieuws te melden. Jeroen maakte twee gave treffers en Patrick produceerde eindelijk weer eens een vervalste hattrick. En er was sprake van een happy end: 7-4. Ook Ajax deed van zich spreken door in de Champions League Manchester City, met een aanval die even duur is als de hele selectie van de Amsterdammers (alleen al met het kapsel van Balotelli kopen wij een dozijn niet-plakkerige plofballen), op 2-2 te houden. We sloegen dit gade in de kantine van de Hennie Huismanhal, waar voor het eerst een “soort van” nazit plaatsvond: acht NEC-ers op een rijtje.

 

Of er die nacht nòg een happy end te noteren viel, konden we toen nog niet weten. En dan bedoel ik niet iets met plakkerige ballen of een ander snotterig plot, maar een voorspoedige afloop van de Amerikaanse verkiezingen. Inmiddels kunnen we opgelucht adem halen: Obama krijgt een tweede termijn als president van de USA. En voorlopig leefden we nog lang en gelukkig.

 

Gerard