13 november 2012

NEC – Krayenhoff

 

De kunst van het verdedigen

 

Zo’n 30 jaar geleden speelde ik met Tegen Tegen in de eredivisie van de universitaire zaalvoetbalcompetitie. Onze Angstgegner was Kratje 2, dat vanwege de extreem defensieve instelling buitengewoon lastig was om tegen te spelen. Verschillende keren werden we eerste in de competitie, maar in de play-offs strandden we steevast op Kratje’s betonnen verdediging. Een van die verdedigers was Wim.

 

Eigenlijk was Wim alles tegelijk: in de verdediging voelde hij zich net zo thuis als in de aanval, en zelfs keepen ging hem heel gemakkelijk af. Hij zette de lijnen uit, maar zonder op de voorgrond te treden. En dat sprak ons wel aan. Ondanks het verschil in voetbalstijl was er een fijne klik tussen de Kratjes en Tegen Tegen. De twee teams mixten zelfs toen we begonnen bij UniZVV. Alleen Wim koos de weg hogerop: hij begon bij UniZVV 1, later Voorwaarts 1, Kronenburg 1 en zelfs heel hoog, in de eerste divisie, bij Mawi.

 

Maar Wim verloren we niet uit het oog, en dat was wederzijds. Gelukkig maar, want Wim is een fijn mens: bescheiden en relativerend, maar ook betrokken en motiverend, onderhoudend en altijd optimistisch. En sportief gezien een zeldzaam natuurtalent. Geef Wim een setje dartpijlen in de hand, en hij dart met de besten mee. Hetzelfde geldt voor tennis, fietsen, volleybal, en als snowboarden, kytesurfen en beachvolleybal wat eerder was uitgevonden, weet ik zeker dat Wim ze zou beheersen. Op diverse terreinen hebben onze sportieve wegen elkaar gekruist, waarbij Wim meestal aan het langste eind trok.

 

Hoewel ik Wim dus al lang ken, kwam hij relatief laat bij ons team, in 2006. Op dat moment hadden we de oude Tegen-Tegen-tactiek – vastzetten op de helft van de tegenstander – allang verruild voor een meer Kratje-achtige speelwijze. Wim kwam dus in een warm bad. Maar Wim kreeg ook een zware tegenslag te verwerken toen leukemie zich in zijn lichaam had genesteld. Gelukkig heeft de behandeling goed geholpen, hoewel hij levenslang is veroordeeld tot pillen slikken om de balans in zijn getergde lichaam te bewaken.

 

Sinds zijn ziekte is Wim niet de oude meer. Nog altijd weet hij de bal met fijnbesnaard gevoel te raken, prikt hij steekpasjes tussen kluwen benen door, maar af en toe laat zijn fluwelen trap hem in de steek. Wim’s hoofd nog denkt in voetbaloplossingen als lepe lobjes en sierlijke schijnbewegingen, maar soms haperen zijn voeten. Vorige wedstrijd verzuchtte hij nog: ‘Het is net alsof ik de bal voor de eerste keer raak.’ Ligt het aan de pillen? Of domweg aan de ouderdom?

 

Als je ons zou hebben zien spelen, afgelopen wedstrijd tegen Krayenhoff (2-9), moet je bijna toch concluderen dat het met ouderdom te maken heeft. Want de rest van het team heeft geen leukemie gehad, slikt geen pillen maar maakt net zoveel missers. En het vreemde is: de Kratjes-tactiek die ons afgelopen jaren heeft geloodst naar verschillende ereplaatsen, hebben we om duistere redenen losgelaten. Uit onmacht, boosheid, domheid? Systeemloos en onthand vallen we bij elke geduldige tegenstander in het mes. Ergens tussen vaderschap en penopauze zijn we niet alleen het aanvallen verleert, maar ook de kunst van het verdedigen kwijtgeraakt.

 

Macintosh HD:Users:Paul:Desktop:2-9.JPG

 

Geen wonder dat zelfs Wim stuurloos wordt, als het vertrouwde Kratjes-systeem vertroebelt. Maar Wim is de laatste die daar over gaat sippen. Wim vloekt een keer en zegt daarna: ‘Och jongens, volgende week weer een kans,’ en gaat over tot belangrijkere zaken in het leven.

 

Namelijk: het leven zelf.

 

Paul