8 januari 201

NEC – SCE 2

 

Balvast als beton

 

Remco is tot nu toe onze laatste aanwinst. Een paar jaar geleden, toen ik nog op het veld bij UniVV speelde, was Remco daar de atletische, dynamische, controlerende mid-mid. Overal waar de bal was, was Remco. Met een gouden combinatie van kracht, techniek en souplesse sneed hij door de vijandelijke linies. Feitelijk was Remco de spelverdeler, maar dat werd nauwelijks gezien door mijn medespelers die zich vooral bezighielden met het luidruchtig coachen van elkaar. Remco deed daar nooit aan mee, aan zulke verbale krachtpatserij. Hij trok zijn eigen pad, in dienst van het team. Arrogantie is hem vreemd. Toen we bij NEC een nieuwe speler nodig hadden, trok ik de stoute schoenen aan en vroeg Remco. Tot mijn grote verbazing stemde hij in.

 

In het begin moest Remco nog wennen aan de plakkende bal en de kleine ruimtes. En aan ons. Ben eigenlijk benieuwd hoe hij ons toen zag. Een gezellig zooitje ongeregeld? Of eindelijk een team waar iedereen in zijn waarde wordt gelaten? Waar het voetbal geen hogere kunstvorm is, maar nog altijd wel op een redelijk niveau wordt gespeeld? Hoe dan ook, Remco paste wonderwel, andersom was er geen gewenning nodig. Zowel in de zaal als in de kroeg. Een verloren zoon, van wie we het bestaan niet wisten, was terug.

 

Remco is niet de jongste van ons team, maar zit wel in de jongste levensfase van ons allen. Waar de kinderen van Erik al het huis uitgaan, zijn die van Remco net geboren. Drie dochters inmiddels, en drukte. Pittige baan in Wageningen, maar dat brengt hem niet van zijn stuk. Mist dit seizoen vaker een wedstrijd vanwege kinderspitsuur thuis. Maar als hij er wel is, winnen we. Opvallend.

 

Afgelopen wedstrijd heb ik er op gelet, hoe Remco voetbalt. Misschien was deze wedstrijd wat vertekenend, SCE 2 staat laatste, maar het is geen toeval dat Remco ook nu weer aan de basis stond van de meeste doelpunten. Hij laat het team beter spelen, zonder de hoofdrol op te eisen. Meestal spelen we statisch, maar als Remco meedoet, is alles anders. Remco staat nooit stil, loopt vrij, vraagt de bal, sleurt, duwt, trekt, en neemt daarmee de rest op sleeptouw. Zijn techniek is weergaloos: soms lijkt hij achteloos in balbezit, maar als een tegenstander daar gebruik van wil maken, springt hij weg als een luipaard, behendig manoeuvrerend langs uitgestoken benen. En ook zo fijn: als je Remco aanspeelt, heeft hij altijd meteen controle; of de bal nu over de grond komt of halfhoog, in de voeten of veraf, het maakt niet uit. Balvast als beton.

 

Halverwege de tweede helft kreeg Remco de bal ter hoogte van de middellijn. Een van de SCE-ers was zo onverstandig om te happen. Als in een reflex schoof Remco de bal opzij en dook de ruimte in die de tegenstander had achtergelaten, daarbij pardoes de volgende tegenstander tegen het lijf lopend. Met een draai om zijn eigen as werd ook deze gepasseerd, waarna hij in één vloeiende beweging een derde tegenstander langs de linkerzijlijn op volle snelheid voorbijliep. Als een wervelwind. Met een subtiele lichaamsschijnbeweging kreeg hij de keeper naar de grond, de ultieme beloning in het vizier, maar de hoek was net te moeilijk en de bal belandde op de paal. En dat is jammer, want de jachtige voortzetting van de wedstrijd belette vriend en vijand om beduusd en nederig stil te staan bij de schoonheid van het moment.

 

Dat we wonnen, zal niemand verbazen: 5-2. Na afloop deelde Remco onze overwinningsvreugde in Trianon. Geen spoor van suprematie. Remco’s sociale leven is een afspiegeling van zijn voetballen: energiek en intelligent, maar nooit in de hoofdrol. In de schaduw komt hij het meeste tot zijn recht.

 

Waren we allemaal maar zo.

 

Paul