5 februari 2013

NEC – Morado 5

 

Wintertijd

 

We zijn afgegleden naar een wat vreemde periode. Een luwte in de competitie, middenin het jaar. De winter raast om ons heen, maar voor een winterstop is geen plaats. We voetballen wel, maar onze ambitie is gesmoord in blessures en andere vormen van onmacht. Velen moeten afhaken, wat niet alleen een inbreuk maakt op de sportieve prestaties, maar ook knaagt aan het wij-gevoel. Met minder voetballen is ook minder leuk.

 

Afgelopen keer waren we slechts met z’n vijven, nadat Gerard op het laatst had afgezegd om zijn teergeliefde bij te staan. Heel begrijpelijk, geen kwaad woord daarover. Maar toch jammer dat de geblesseerden zich zo weinig laten zien. Kennelijk weegt het sociale toch een stuk minder zwaar dan het voetballen zelf. (Ik heb het altijd onbegrijpelijk gevonden dat geblesseerde spelers van het Nederlands elftal, of van welke club dan ook, bij uitwedstrijden worden thuisgelaten. Als je deel uitmaakt van een team wil je er bij horen, altijd, of je nu fit bent of niet. Dat enthousiasme slaat over naar alle spelers. Een twaalfde man op je eigen reservebank.)

 

Vanwege ons ondertal wisten we vooraf dat we weinig kans zouden hebben tegen Morado 5. Vorige drie keren werden we door de Moradische Reuzen simpel afgedroogd. Ons enige houvast was dat Morado inmiddels was afgezakt naar de 6e plek, vlak boven ons. Maar op de speeldag zelf bleken ze dankzij de bijschrijving van een winstpartij te zijn gestegen naar de tweede plaats, achter het ongenaakbare Blauw Wit. Zo dicht zit het middenveld bij elkaar. En daar bungelen wij dan weer een stukje onder. Met de plotselinge stijging van Morado vervloog ook onze laatste hoop op een goed afloop.

 

Al met al deden we het nog best aardig. We hadden zelfs nog kunnen winnen als Morado niet drie frommelgoals had gemaakt. Maar best aardig is niet genoeg. In een diep uitgeslepen pad van middelmatigheid, ver van trots of schaamte, eindigde de wedstrijd anoniem in 3-6.

 

Zelfs Trianon bracht geen warmte. Alleen de verhalen van Erik over zijn schaatsavonturen op de Weissensee en de vooruitzichten van wintersportvakantie brachten een stemming die past bij het seizoen. Knisperende versie sneeuw onder je laarzen, de geur van snert langs een bevroren vaart in de Weerribben, een verstild berglandschap dat is omgetoverd tot een sprookjesachtig witte wereld, 600 meter naar beneden roetsjen op een sleetje, glühwein die meteen in je benen zakt, Inez op de foto met mondiale schaatstoppers...

 

Shani: My race was not good.

Inez: I still think you’re cool.

Shani met smile: Thanks, that makes my day a lot better.

 

Uiteindelijk weet ik natuurlijk dat het allemaal aan mijzelf ligt. Het zal ongetwijfeld te maken hebben met verwachting en, als een stille schaduw, projectie.

 

Maar ik hunker naar de lente. Voor het eerst.

 

Paul