11 november 2013

NEC – UniZVV

 

Yeti

 

Na een zaalvoetballoze maand mochten we eindelijk weer opdraven. De datum was door iedereen al ruim van te voren met viltstift in de agenda gezet, alle pijntjes hadden voldoende tijd gekregen om uit de stramme lijven weg te trekken. We waren er helemaal klaar voor. Bijna waren we zelfs compleet, wat helemaal een unicum zou zijn geweest. Maar Gerard haakte op het laatste moment af en onze nieuwe freelancer Mark bleek nog niet speelgerechtigd, met dank aan de trage ambtelijke molens van de KNVB.

 

(Gevraagd aan Mark of hij dan maar wilde coachen. Mark begon meteen over het belang van het kantelen van kant. Geen idee waar hij het over had, maar een beetje Cruijffiaans opportunisme kunnen we goed gebruiken…).

 

Met acht dus, tegen UniZVV. Oude bekenden, de helft ervan speelt ook in het veldvoetbalteam van Patrick en Mark. Tamelijk geruisloos liepen we uit naar een 3-0 voorsprong, dankzij goals van Cas, Jan en Pat. Jan moest zijn doelpunt bekopen met een val op zijn toch al kwetsbare heup. Vlak voor rust vond UniZVV weer aansluiting na twee onoplettendheden in onze verdediging.

 

De spanning in de wedstrijd liep op, en daarmee ook de felheid. De scheidsrechter liet veel toe, teveel om nog op een normale manier te kunnen zaalvoetballen. Dat had vooral te maken met één speler, wiens verschijning nog het meeste leek op een kruising tussen Horst Hrubesch en Yeti: groot, blond en onverzettelijk. Het gebrek aan explosiviteit en techniek compenseerde hij ruimschoots met kracht. Eenmaal in beweging was er niets dat hem kon stoppen, zo moest ik zelf ook ervaren toen Yeti de beslissing had genomen om dwars door mij heen te lopen. Met een smak belandde ik drie meter verder op de harde vloer (mijn knie doet nog steeds pijn). De scheidsrechter interpreteerde deze aanslag overigens niet als opzettelijk: Yeti kreeg zelfs een vrije trap mee.

 

Als veldvoetballer heeft Yeti de ideale combinatie van eigenschappen, en hij zal ook wel een sympathiek jongen zijn, maar in de zaal hoort hij niet thuis. Eigenlijk zou hij een zaalvoetbalverbod moeten krijgen, ter bescherming van tegenstanders en de goede smaak. Zaalvoetbal is een mooie, zuivere, respectvolle sport waar lompheid zoveel mogelijk moet worden uitgebannen.

 

Yeti kan er eigenlijk niet eens zoveel aan doen: de wet van de traagheid houdt hem nu eenmaal in zijn greep. Heel anders is het met een paar andere spelers van UniZVV. Goede voetballers, maar geneigd om net over het randje van het toelaatbare te spelen: te fel in het duel, af en toe bewuste overtredingen. Zo werd Patrick twee keer als doorgebroken speler onderuit gehaald, waarna de schuldigen slechts een vermaning kregen. Een nare eigenschap en typerend aan veldvoetballers. Wat nog het ergste is, is het automatisme om de grenzen op te zoeken. De normen van het toelaatbare worden niet ingegeven door een eigen, ethisch zaalvoetbalbesef, maar door het al dan niet fluiten van de scheidsrechter. Vrij vertaald: als de scheids niet fluit, mag het, en doen ze het dus ook. Zulke spelers moeten uit de competitie worden gezet. Ze verzieken het voor de rest.

 

Gelukkig geldt dat niet voor iedereen van UniZVV. Er lopen ook sierlijke spelers rond zoals Remco en Etienne. Dat Etienne mij uitspeelde en scoorde is balen, maar het is tenminste echt zaalvoetbal. Zijn winnende goal in de laatste minuut – uitbraak met stiftje over Sjoerd heen – was van grote schoonheid.

 

Maar ja, daar koop je niets voor als je in de laatste minuut verliest. De verslagenheid in de kleedkamer was dan ook groot. Arme Dico kreeg verbaal de volle lading omdat hij als laatste de bal kwijtraakte, maar Dico werd daarbij onderuit geschoffeld waarvoor natuurlijk niet werd gefloten. Nee, onze frustratie was vooral te wijten aan het snijdende onrecht dat het fysieke voetbal had gezegevierd. Pas veel later groeit uit die onmacht het besef dat we liever sportief ten onder gaan dan dat we ons mee laten zuigen in zaalvoetbalverloedering.

 

Paul