4 november 2014

NEC – SCE 2

 

Jazz

 

Jazz is not dead, it just smells funny, merkte Frank Zappa ooit op. Zappa staat bekend als de grondlegger van de Underground (en daarmee ook new wave en punk), maar slechts weinigen weten dat hij ook mede aan de wieg heeft gestaan van de jazzrock. In dezelfde tijd dat Miles Davis bezig was met experimenten als Bitches Brew, begin jaren ’70, haalde Zappa jazz-iconen als George Duke in zijn band. Albums als Hot Rats, Waka/Jawaka en The Grand Wazoo spatten uiteen van energieke jazzy improvisaties waar je ook na veertig jaar nog acuut vrolijk van wordt. En One size fits all is een absolute mijlpaal in de muziekgeschiedenis.

 

Mijn moeder vond jazz altijd ‘kriebeltjesmuziek’. Kan ik me voorstellen. Voor mij werkt het precies andersom en is het juist heel geruststellend. Jazz staat bij mij heel vaak aan, zeker tijdens werktijd. En als het aan de wetenschap ligt, zouden we dat ook moeten doen tijdens het sporten. Onlangs is namelijk aangetoond dat golfers – ik herhaal: golfers – beter presteren als ze naar jazz luisteren. Geen klassiek of hiphop, maar jazz. Hoe in godesnaam meet je dat, zul je je afvragen. Welnu, ze hebben golfers een koptelefoon opgezeten met steeds veranderen soorten muziek. Tijdens het putten sloegen ze de bal significant het beste op jazzmuziek. Toeval? Uit eerder onderzoek blijkt dat hardlopen het beste gaat met uptempo beats, basketballers het beste dunken bij rapmuziek en dat je het beste cricket kunt spelen onder het genot van countryklanken.

 

En voetbal dan? Over deze grootste en belangrijkste sport ter wereld heeft de wetenschap zich nog niet gebogen. Een opvallend gemis. Je zou daar ontzettend veel voordeel uit kunnen halen. Niet alleen zou je het spelpeil kunnen opkrikken door achtergrondstadionmuziek, ook zou je na een messcherpe wetenschappelijke analyse als thuisspelende club op een virtuele voorsprong kunnen komen. (Zou Oranje het zo slecht hebben gedaan omdat voorafgaand aan interlands André Hazes wordt gedraaid?)

 

Het wordt dus tijd dat de zelfverklaarde muziekexperts van NEC er zich hier een keer over buigen. Gerard kent Zappa nog wel uit zijn hippie-tijdperk, waarin hij zuinig blowend naar songs van Bob Dylan luisterde, Joppe zat in de blues maar ook in een smartlappenbandje, Patrick heeft een behoorlijke muziekcollectie met vooral stevige rock en snerpende gitaren en Mark heeft zelfs jaren plaatjes gedraaid in Nijmeegs beroemdste doorzakkroeg, Stijn Buys. Misschien kunnen we nog advies inwinnen bij Wim die twee jaar geleden bij de pubquiz diepe indruk maakte met zijn kennis van Duitse schlagers, of Jan die meer cd’s heeft dan dat hij in zijn hele leven kan beluisteren.

 

Een beetje muziek zou in ieder geval een goede aankleding zijn van de troosteloze voetballoods waar we vrijwel elke keer spelen, de OC Huismanhal. Hoewel ik vrees dat de onvermijdelijke galm juist de leegheid ervan benadrukt. Meestal ontbreekt het ook aan supporters, ware het niet dat de geblesseerde Erik kwam kijken en Dico dit keer zijn dochter Nienke had meegenomen. Nienke zag een uitstekende wedstrijd van ons, al betwijfel ik dat ze dat op waarde heeft kunnen schatten. Wat haar vooral is bijgebleven, afgezien van de kleedkamer, is dat haar vader een keer scoorde. Daarnaast is het haar waarschijnlijk niet opgevallen dat haar vader voor het eerst dit seizoen (en in zijn hele carričre?) met RECHTS op goal heeft geschoten, wat vanzelfsprekend niet bijster succesvol was. Omgekeerd wachten we nog op de eerste keer dat Patrick met links gaat scoren. In deze wedstrijd was daar vooralsnog geen noodzaak toe, want met drie goals en een eigengoal (met de buik) nam Patrick als vanouds het grootste deel van de productie voor zijn rekening. Bij SCE nam een linkspotige, androgyne versie van Michel Mulder elke gelegenheid te baat om ongegeneerd hard op goal te schieten, maar onze keeper Mark toonde zich onverzettelijk. Van onze kant wisten ook Joppe en Remco het vijandelijke doel te vinden, waardoor we met een vrolijke 6-2 op het scorebord de hal verlieten.

 

In Trianon probeerde Patrick vergeefs om met de Shazam app nieuwe oude muziek te herkennen, terwijl Erik en ik een kijkje gingen nemen bij een volslagen onbekende singer-songwriter in de achterzaal, een Amerikaanse country-achtige zangeres waar zelfs een gemiddelde cricketspeler van zou kunnen vliegen. Erik had al in gedachten een aantal wickets omvergeslagen, maar voor mij was de lol er na twee nummers alweer af.

 

De muzieksmaken in ons team liggen toch wel ver uiteen. En dan weten we nog niet eens naar welke obscure plaatjes Dico, Sjoerd, Cas en Remco graag luisteren. Dat maakt een muziekexperiment in onze voetballoods wel weer reuze interessant, balancerend op de broze scheidslijn tussen ergernis en vervoering. Allemaal in dienst van de wetenschap. Als prettig, bijkomend effect houdt het ons jong en voegt het een nieuwe dimensie toe in de herfst van onze carričre. Zodat straks iedereen met Zappa kan zeggen:

 

NEC is not dead, it just smells funny.

 

Paul

 

 

Mooi Paul.

Toen ik eind jaren 70 / begin jaren 80 in het derde veldvoetbalteam van Hercules uit Zutphen voetbalde, speelden we altijd op zondag om 10 uur 's ochtends. Dat viel niet mee na een avondje stappen.

Harry nam altijd een ghettoblaster mee en draaide in de kleedkamer keihard Zappa en later Relax van Franky goes to Hollywood. We waren meteen wakker, maar speelden niet beter, door overmatig drankgebruik de vorige avond.

Gerard