25 november 2014

NEC – SCE 3

 

Het klokje van Jan

 

Eigenlijk begon het allemaal zoals alle wedstrijden: ingetogen haast om op tijd te komen, een prettige wedstrijdspanning die zich uitte in enthousiaste begroetingen en flauwe grappen, het steeds belangrijkere warmlopen en een oude, vertrouwde tegenstander die zich dit seizoen SCE 3 heeft genoemd. Maar er hing iets vreemds in de lucht. Dico’s duim was voor de derde keer omgeknakt en omdat onze andere keepers Sjoerd, Marc en Gerard er niet waren, kroop Casper onder de lat. En het belangrijkste: we hadden geen scheids.

 

We hebben vaker geen scheids en dat levert eigenlijk nooit problemen op, vooral niet tegen zo’n sportief team van leeftijdgenoten. Behalve deze avond.

 

Jan, de onafscheidelijke coach van SCE, keek op zijn smartphone hoe laat het was en gaf vanaf de bank een sein voor het begin van de wedstrijd. Het werd een mooie pot waarbij we elkaar redelijk in evenwicht hielden. Weliswaar kwamen we achter met 0-2 (wat meestal dodelijk is tegen dit team) maar dankzij goals van Dico, Remco en Pat (4x) bogen we dat keurig om tot een 6-4 voorsprong. Totdat het ver in de tweede helft misging en Remco en Patrick uit hun vel ploften. Nog nooit heb ik Remco zo boos gezien. Remco later op Telegram: ‘Sorry voor uitbarsting. Nog even recap. Toen ik op bank plaatsnam gaf ‘scheids’ aan dat er nog 2,5 min was te spelen. Na 1 ŕ 1,5 min kwam ik weer in veld, vervolgens nog zeker 3 ŕ 4 aanvalsgolven, waarbij we nog twee goede kansen kregen. In plaats van toen af te fluiten besloot scheids nog een minuut te geven om terug te komen.’

 

Dat ‘terugkomen’ gebeurde door een onterechte vrije trap - volgens Remco en Patrick dus al buiten speeltijd - die werd afgelegd en hard binnengeschoten. Enige tijd na de hervatting verloren we de bal op het middenveld, waarna de tegenstander al frommelend de gelijkmaker scoorde. Prompt riep Jan dat het tijd was. De euforie bij SCE stak schril af bij onze verslagenheid. Uiteraard spraken de meesten van ons schande van de teveel gerekende tijd, maar er was geen scheidsrechter of andere hogere instantie om tegen te protesteren, zodat we mokkend akkoord moesten gaan met de uitslag. We dropen af naar de kleedkamer in de volle overtuiging te zijn bestolen.

 

Maar was het inderdaad ook valsspelerij? Tijd is een relatief begrip, zoals Einstein al concludeerde. Tien jaar geleden schreef ik in een voetbalverslag over tijdsverdichting, het verschijnsel dat de tijd sneller lijkt te gaan dan in werkelijkheid, wat vooral komt door het trager werken van je hersenen (zoek maar na: 7 december 2004). Mogelijk is onze roerige voetbalavond ten prooi gevallen aan dezelfde wetmatigheid, maar dan precies omgekeerd. Wat is er namelijk aan de hand? Het ervaren van tijd, dus of iets lang of juist kort lijkt te duren, hangt vooral af van het bewustzijn van de tijd. Bij een gezellig onderonsje in een willekeurig café in Nijmegen-Oost lijkt de tijd om te vliegen. Maar als je bijvoorbeeld op de trein wacht, ben je je heel erg bewust van de tijd en lijkt het verstrijken daarvan een eeuwigheid te duren. Dat proces wordt nog versterkt als je wacht op een trein waarvan de aankomsttijd niet bekend is. Feitelijk wordt de ervaring van tijd dus in lengte uitgerekt en we noemen dit fenomeen daarom van nu af aan: tijduitrekking.

 

Tijdens het voetbal vind dit mechanisme van tijduitrekking vooral plaats als je vlak voor tijd op voorsprong staat en smacht naar het eindsignaal. Elke voetbalkijker herkent dit: als het Nederlands elftal vlak voor tijd met 1-0 voorstaat, lijken de laatste minuten veel langzamer te gaan dan alle voorgaande minuten. Het opvallende is dat dat niet geldt voor de tegenstanders: voor hen speelt de inhaalrace zich af in real time. Tijduitrekking en haast gaan nu eenmaal niet samen. Geen wonder dus ook dat de spelers van SCE zich verbaasden over onze ophef aan het einde van de wedstrijd: zij leefden in een andere tijdsbeleving.

 

Blijft de vraag wie er gelijk heeft. Waren wij zo gevangen door tijduitrekking dat onze blik op het tijdsverloop collectief was vertroebeld? Of konden we domweg niet tegen ons verlies? Wat daartegen pleit, is dat Patrick en Remco al openlijk protest aantekenden vóór de twee fatale tegengoals. En duidt het gebrek aan bijval van de SCE-ers voor hun coach niet op een latent schuldbewustzijn? Aan de andere kant is het moeilijk voor te stellen dat de tegenstanders zo’n daad van onsportiviteit op hun geweten zouden willen hebben.

 

De waarheid ligt bij het klokje van Jan. En Jan zit voor de rest van zijn leven in een onmogelijke positie: wij zullen hem pas geloven als hij ons alsnog gelijk geeft. Totdat ook de herinnering aan deze wedstrijd langzaam vervaagt en de schuldvraag wordt uitgewist door de tijd.

 

Paul

 

 

Patrick: Wees gerust Paul, ik heb het antwoord. Zaterdag stond ik langs de lijn bij OSC D1 tegen Orion D1. Bij OSC speelt de dochter van de keeper van SCE3. Hij verontschuldigde zich voor het tijdrekken, waarmee hij openlijk toegaf dat er iets niet helemaal goed was gegaan. Om er vervolgens aan toe te voegen dat de spelers daar ook niet blij mee waren maar er niks aan kunnen doen. 

We kunnen dus weer rustig vertrouwen op ons gevoel voor tijdsverdichting.

 

Paul: Goed recherchewerk! Nu is het de vraag of de vreugde van het gelijk krijgen opweegt tegen de bevestiging dat we zijn bestolen… Toch vreemd (en slap) dat de jongens van SCE zich er kennelijk wel van bewust waren, maar zelf niet hebben ingegrepen. Ook niet na de wedstrijd.

Het was overigens geen tijdrekken in de gebruikelijk betekenis van het woord, want dat slaat op vertraging van het spel. (Dat hadden wij moeten doen.)