NEC-Jonge Kracht: 2-7

31-03-2015

 

Cijfers

 

“ 's Werelds grootste vragenlijst werd vrijwel zeker door de Engelse filosoof Jeremy Bentham (1748-1832) gemaakt. De enquete ging over armoede onder de Engelse stedelijke bevolking in het begin van de 19e eeuw en bestond uit meer dan 3000 vragen. De respons viel een beetje tegen: Bentham ontving minder dan 10 volledig ingevulde vragenlijsten retour...”.

Sinds 2005 ben ik geabonneerd op http://www.cijfers.net/ waardoor ik iedere werkdag een mail krijg met als onderwerp “Cijfers liegen niet”. Leuke wetenswaardigheden over de zin en onzin van het leven, waarin getallen een hoofdrol spelen. Bovenstaande quote is het oudste voorbeeld dat ik nog in mijn mailbox kon vinden.

 

Eigenlijk (een tegenwoordig veel te vaak gebruikt woord, meestal uitgesproken als “èègk”) ben ik helemaal geen fan van cijfers en getallen. Kwantificering levert vaak schijnzekerheid en een schijnwerkelijkheid op. Wat zegt het als iemand 582 vrienden heeft op Facebook? Niet dat iemand erg aardig, bijzonder of getalenteerd is. Eerder dat die persoon niet selectief is of erg eenzaam, zonder echte vrienden van vlees en bloed. Een Youtube-filmpje gaat tegenwoordig soms “viral”, hetgeen betekent dat Jan en alleman erop geklikt heeft (meer dan 500.000 hits!). Niet per se een indicatie dat het een echt leuke of interessante video is, maar dat veel mensen elkaar hebben geïmiteerd, omdat je het blijkbaar gezien moet hebben. En zoals we allang weten zeggen kijkcijfers niets over de kwaliteit van een tv-programma. Veel mensen hebben ranzige RTL-pulp aan staan ter vermaak (ze doen maar), waarin ongein, zieligheid en afzeiken de hoofdmoot vormen. Ook zijn democratische verkiezingen inmiddels verworden tot een kraak- en smaakloze vertoning, waarbij de grootste schreeuwers (Wilders) of ijdeltuiten (Pechtold) de meeste stemmen krijgen van vaak onwetende, ingeslapen of boze kiezers. De democratie is in de kloof tussen politiek en burgers getuimeld. Je zou bijna verlangen naar een sterke man, of vrouw.

 

Alleen in de sport blijven cijfers nog fier overeind. Het team dat het vaakste scoort, de atleet die het hardste loopt of de mooiste dubbel axel maakt, wint. Niet dat dat altijd de beste is, maar vaak is er geen discussie en is de uitslag terecht. Het cijfer past dan bij de kwaliteit. Hooguit is er gemor over een jurybeslissing, een misser van de scheidsrechter of is er sprake van vals spel. Maar videoreferees, doellijntechnologie en dopingcontroles kunnen deze afwijkingen snel en effectief verkleinen. Zaalvoetbal is een van de zuiverste balsporten, naar mijn gevoel. Weinig lichamelijk contact, geen rare stuiter-, want plofballen en in de meeste gevallen wint de ploeg die technisch, tactisch, conditioneel en mentaal de sterkste is. Niet voor niets verloren we met 2-7 van Jonge Kracht. Op alle vier van bovenstaande kenmerken scoorden zij beter, in ieder geval in de eerste helft (0-6). Na de spreekwoordelijke thee namen zij gas terug en wij verbeterden, zoals in zoveel tweede helften dit seizoen. Wij wonnen, alweer terecht met 2-1, hetgeen de genoemde eindstand tot gevolg had.

 

Overigens is het de vraag of het eerlijk is om voor iedere overwinning, hoe groot of klein ook, 3 punten toe te kennen. Ik heb al eerder gepleit voor een ander puntensysteem, waarbij je 2 punten krijgt voor ieder gescoord doelpunt, en -1 voor elke tegengoal. De pot tegen Jonge Kracht zou voor ons -3 hebben opgeleverd en voor de Arnhemmers +12. In de eindstand zou de kans dat een veelscorende ploeg kampioen zou worden een stuk groter worden. En de kampioen, maar ook de degradant, zou pas op de laatste speeldag bekend worden, omdat er altijd een theoretische kans zou zijn dat de concurrent langszij zou komen door een topscore. Iets fraudegevoeliger wellicht, maar en stuk eerlijker en aanvallend voetbal bevorderend.

 

Nu eens even kijken uit hoeveel woorden dit stukje bestaat. Zeshonderdtwaalf! Dan moet het wel een heel goed verslag zijn!

 

Gerard

 

Cijfers liegen niet van 23 maart 2015:

 

“In de Europese en Zuid-Amerikaanse eredivisies (voetbal) gaat 85 procent van alle strafschoppen erin.

13 procent van alle strafschoppen is gericht op het bovenste derde deel van het doel. Van die strafschoppen gaat bijna 100 procent het net in.”