8 april 2015
NEC - SCE 2
 
Dico
 
Moderne apparatuur maakt het mogelijk om tijdens het voetbal allerlei gegevens te verzamelen die leiden tot interessante statistieken. Met veldvoetbal bijvoorbeeld kunnen alle bewegingen van de spelers door verschillende camera's worden gevolgd en geplot in een systeem van georeferentie, een soort GPS dus. De computersystemen zijn zo geavanceerd dat ze elke individuele speler kunnen herkennen, en daardoor ook de afgelegde afstand per speler kunnen berekenen.
 Wat blijkt? Tijdens een veldvoetbalwedstrijd legt een voetballer gemiddeld 11 km af, waarvan 40 minuten wandelend. Hij staat maar 3 4 minuten echt stil. Het zal duidelijk zijn dat deze afstanden per speler maar ook per categorie verschillen: verdedigers leggen doorgaans minder afstand af (zo'n 8 km), buitenspelers en middenvelders juist meer. Maar ook een keeper sjokt in zijn eigen strafschopgebied nog altijd vier kilometer door het gras. Veldvoetballers leggen de meeste kilometers af van alle teamsporters. Hockeyers bijvoorbeeld blijven steken bij 9 km, basketballers en tennissers nog geen 5 km. Op topsportniveau, wel te verstaan. Uiteraard duikelen deze gemiddelden omlaag naarmate het niveau daalt en de leeftijd stijgt. We moeten deze statistieken overigens niet verwarren met fanatisme - dat kan onverminderd groot blijven, zoals we elke week weer bewijzen. Maar de afname van het loopvermogen speelt ook ons toch vaker parten.
 Het zou interessant zijn om het statistisch onderzoek van het veldvoetbal over te hevelen naar de zaal. Heel benieuwd hoeveel kilometer een zaalvoetballer aflegt en vooral ook hoe dat onderling verschilt per speler. Ik merk bijvoorbeeld zelf dat de onuitputtelijke conditie van vroeger is verdwenen. Na twee sprintjes laat ik de derde toch maar even lopen. Bij mijn teamgenoten merk ik dezelfde trend - op Dico na. Dico zou door de stadioncamera's maar moeilijk te volgen zijn. Als de scheidsrechter het beginsignaal fluit, zet Dico zich in beweging voor een kilometerslange rush
over het veld, twee keer 25 minuten lang. Overal duikt hij op, liefst in de vijandelijke geledingen en lekker onverwacht. Met of zonder bal, dat maakt Dico niet uit, want Dico is uitgegroeid van reservekeeper tot een volwaardige voetballer die de bal aan zijn voet plakt, drie man passeert en vervolgens een assist geeft op Patrick. (De rebound mag Marc vervolgens er in punteren.)
Dico baalt als hij moet wisselen - en dat hoeft hij van ons dan ook niet. Dico is van een andere planeet. Als hij last heeft van zijn rug, komt hij juist wel voetballen 'om het er uit te rennen'. Na afloop stapt hij op de fiets en sprint in zijn trainingspak nog eventjes naar zijn huis in Lent, om de volgende dag hardlooples te geven aan een selectieteam van hockeysters.  
Dico laat zich ook niet vangen in vooroordelen. Hij is van huis uit geen voetballer, maar hij beantwoordt ook totaal niet aan het stereotype van een hardloper: Dico heeft niet het postuur van een struisvogel, praat nooit over hardlopen, en bovenal: hij lacht. Dat zie je hardlopers nooit doen. Nooit. Dico is dus helemaal geen hardloper, maar gewoon een fijne gozer die toevallig hard en veel kan lopen. En dus ook blijkt te kunnen voetballen. Bovendien is hij verdomde positief en goedlachs, loyaal, en thuis een steunpilaar voor zijn gezin. Je hoort hem nooit klagen.
Tijdens de wedstrijd afgelopen woensdag, tegen SCE 2, was Dico er niet. Je merkt het meteen. Elk derde sprintje werd niet gemaakt, in de verdediging vielen gaten, Patrick keek vertwijfeld naar de plek waar normaal de assists vandaan kwamen en de puntertjes van Marc waaiden alle kanten op. We verloren met 3-1.
 'We hebben je gemist' telegramde Marc meteen na afloop. 'Is ook goed om een keertje mee te maken' flapte Dico er droogjes overheen.
 Maar hij heeft wel gelijk.
 
Paul