De eerste 10 jaar

 

Het begon allemaal in 1991, bij de oprichting van Uni ZVV, de zaalvoetbalpoot van Uni VV. Kern van het team was het overblijfsel van het legendarische team Tegen Tegen, dat furore had gemaakt in de universitaire zaalvoetbalcompetitie. Jaren achtereen waren we daarmee eerste geworden van de eredivisie, en het is te wijten aan de onbegrijpelijke instelling van een play-off en het laffe countervoetbal van Kratje 2 dat we slechts één keer ook kampioen zijn geworden. Dat jaar werden we namens Nijmegen uitgezonden naar de Nederlandse Studenten Kampioenschappen in Rotterdam, waar we prompt de derde plek veroverden.

 

In 1990 werden de regels voor deelname aan de competitie strenger. Er werd tijdens de play-off strikt gecontroleerd op sportkaarten, wat sommigen van ons nog konden omzeilen door over de heg te klimmen en door een zijdeur naar binnen te glippen. De voortzetting van het team werd echter verder ontmoedigd door de nieuwe regel dat naar het NSK voortaan alleen ingeschreven studenten zouden worden afgevaardigd. Dat waren we - behalve eeuwige student Jan - allemaal niet meer. Gelukkig konden we wel terecht bij Uni ZVV. Behalve Jan Franssen en ik waren dat André Overbeek, Joppe de Leeuw, Pim van Zoest en Jelle Vanhijfte. André was een taaie verdediger die met zijn Achterhoekse onverschrokkenheid altijd voor een goede stemming en de juiste hoeveelheid adrenaline zorgde. Als cafébaas van De Cantine was hij meteen ook onze sponsor. Verder hadden we Joppe, een heerlijk flegmatieke aanvaller die dankzij zijn vele gewonnen duels de status verwierf van ongekroonde klutskoning. Pim was misschien wel onze beste voetballer: hij combineerde sierlijkheid en degelijkheid, steunpilaar van het team. En ten slotte Jelle, de zaalvoetballende evenknie van Dennis Bergkamp: soms onzichtbaar, maar bij vlagen onnavolgbaar briljant, zowel binnen als buiten het veld. Als hij de bal kreeg, wist niemand wat hij er mee ging doen: de tegenstander niet, zijn medespelers niet, en misschien hijzelf ook niet. Zijn veelbelovende carrière werd uiteindelijk genekt door de invoering van de plofbal, waarmee hij niet overweg kon.

 

Omdat we niet genoeg spelers overhadden om een heel team te vormen, kregen we aanvulling van keeper Paul Haaster, Marco Vonk en Walter Kluitman. Met wisselend succes. Paul Haaster had een goede keeper kunnen zijn als hij wat meer zelfvertrouwen had gehad. Marco blonk uit door zijn gedrevenheid om minstens een keer per wedstrijd zijn dubbele schaar te tonen. En Walter voelde zich doorgaans als voetballer miskend. Goedbedoelde opmerkingen en aanwijzingen pareerde hij verbaal, ook in het heetst van de strijd. Eén keer liep hij tijdens de wedstrijd verongelijkt het veld af.

 

De nieuwe spelers zorgden voor een scheur in het team, de enige smet in twintig jaar. Na afloop van het seizoen vertrokken Paul H., Marco en Walter naar een ander team. Jelle en Pim sympathiseerden en verhuisden mee. Hun plek werd opgevuld door Stefan Stevens, Herman Litjens, Bas van de Pas en Patrick Leijsen. Ex-Tegen-Tegen-speler Stefan hadden we na een jaar onderhandelen alsnog kunnen contracteren. Een waardige vervanger van Pim die de lijnen uitzette in het veld en de rest (‘durven durven’) stimuleerde tot grote daden. Herman en Bas kwamen van onze voormalige Angstgegner Kratje 2. Herman was met zijn onverzettelijkheid de schrik voor elke aanvaller. Een geconcentreerde brok dynamiek. Bas was een goedgeluimde alleskunner die zich met schijnbaar achteloos gemak schikte in de vele bizarre, niet-voetbal gerelateerde blessures. Keeper Patrick was een Achterhoeks vriendje van André, die maar één jaar heeft gekiept. Helaas heeft de tijd inmiddels zo verwoestend huisgehouden dat er geen enkele foto van hem bewaard is gebleven, en nauwelijks nog herinneringen. Behalve misschien die ene keer in de Veldschuur in Malden toen we een penalty tegen kregen. De aanvoerder van de tegenstander nam zijn aanloop helemaal vanaf de middenlijn. Patrick had als veldkeeper in de zaal nog nooit een penalty meegemaakt en zag met steeds groter wordende ogen het acute gevaar op zich afstormen. Op het laatste moment sprong hij impulsief uit zijn goal, en zette daarmee de deur helemaal open. De aanvoerder kon zijn stellige voornemen om verwoestend uit te halen echter niet meer omzetten in een meer subtiele vorm van balbehandeling, en schoot keihard op de lat. (Maar we verloren de wedstrijd wel.)

 

Patrick kon niet wennen aan de zaal. Na het seizoen vertrok hij, waarna we Jelle en Pim als verloren zonen weer konden binnenhalen. Het gebrek aan een vaste keeper losten we op door drie deeltijdkeepers: Jan, Herman en Bas, terwijl ook Pim en André nog onder de lat hebben gestaan. In die samenstelling werden we in het derde seizoen kampioen, de enige keer in al die twintig jaar. Het volgende seizoen verruilden we het groen-wit van Uni ZVV voor het rood-groen-zwart van NEC. Dat was vooral een praktische keuze, want veel teamleden speelden ook al op het veld voor NEC, in zaterdag 1 en 2. Dat scheelde in de contributie.

Een jaar later kwam Sjoerd onze selectie versterken, in plaats van Herman die zijn geluk ging zoeken in Eindhoven. Twee jaar later vertrok Joppe naar Utrecht, opgevolgd door Patrick S.. Nog een jaar later, in 1998, noopte het groeiend aantal geblesseerden dat we de selectie uitbreidden naar tien man. Erik was de uitverkorene. In die samenstelling gingen we het nieuwe millennium in.

 

Collectief afbouwen

 

In 1991 had nog bijna niemand werk, laat staan een auto. Alleen Marco had een vette baan als verkoper en reed rond in een dikke BMW of Mercedes. Soms kon André een auto lenen, dan hoefden we niet zo te proppen. Later was Pim de enige met een eigen auto. We waren ook bijna allemaal nog vrijgezel. In de loop der seizoenen slopen de eerste tekenen van burgerlijkheid het team binnen. De meesten kregen verkering, gingen samenwonen en begonnen aan kinderen. Het seizoen 1998-1999 was buitengewoon vruchtbaar: maar liefst vijf van ons hun mochten hun eerste kind begroeten: André, Pim, Stefan, Patrick en ik. Aan de bar zagen we het al helemaal zitten, onze kinderen zouden straks gaan meevoetballen en ons gaandeweg vervangen. Zo zou ons team voor altijd in stand blijven. En hoewel André, Pim en Stefan inmiddels zijn vertrokken en Patrick alleen maar dochters heeft, is zo’n schaduwteam dankzij de nieuwe aanwas nog altijd mogelijk.

 

Zo ging het verstrijken van de seizoenen samen met het verkennen van nieuwe levensfasen. De gesprekken aan de bar veranderden van studentikoze ongein en diepzinnigheden tot meer burgerlijke thema’s zoals huizenprijzen, tweedehands auto’s en tips voor kinderfeestjes. Maar de combinatie van slap geouwehoer en serieuze thema’s is altijd gebleven, een groot goed. De gesprekken en thema’s groeiden met ons mee, op weg naar volwassenheid en verder. Nieuwe spelers werden niet alleen geselecteerd op voetbalcapaciteiten, maar ook op sociale vaardigheden aan de bar. Elke nieuwe aanwinst van ons team betekende daarom niet meteen een verjonging, zoals het aantrekken van Erik, René, Gerard en PaulO bewijzen. Wat wel bleef is de onuitroeibare vanzelfsprekendheid van het voetbal, de rituelen, het fanatisme en het teamgevoel.

 

René was de laatste loot van Tegen Tegen die ons kwam versterken, in XXX. René was barman, klusjesman en barbeheerder van de Cantine, en bovendien een goede voetballer. Zijn selectie was dan ook eigenlijk een hamerstuk. René was een gevreesde linkspoot die veel breder en steviger was dan je in eerste instantie zou denken. Met zijn lange benen verloor hij dan ook bijna nooit een duel. PaulO was onze voetballende vinoloog. In het veld en de kleedkamer was hij wat minder opvallend, maar had wel een paar van de mooiste goals op zijn naam. Had de pech dat hij als Molenhoeker niet zoveel mee kon doen aan de derde helft.

 

De laatste tien jaar sloop een nieuw thema in de gesprekken. Nog maar pas gewend aan de toegenomen drukte en verantwoordelijkheid wegens het hebben van kinderen, begonnen sommigen tegen de grenzen van hun kunnen aan te lopen. Het thema heet ‘ouderdom’ en manifesteert zich op allerlei gebieden: eerder spierpijn, verlies van snelheid en scherpte, minder adem en meer blessures. Een hinderlijke hamstring, klotige kuit of onwillige rugspier, maar ook serieuzere tegenslagen zoals een gescheurde achillespees (mij) en leukemie (Wim).

 

René en PaulO hadden moeite om hun verminderde prestaties te accepteren en stopten met zaalvoetbal. Jammer, want ik zie ons team toch vooral een manier van collectief afbouwen. Je kunt het verval niet tegenhouden, je kunt het hoogstens nog wat vertragen.

 

De toekomst

 

Niet dat we ons zomaar gewonnen geven. In de tussentijd hebben we ons ook versterkt met jonkies als Jeroen, Casper en Remco. Ons team is inmiddels al een paar jaar ongewijzigd, iedereen is nu tussen de 40 (Sjoerd) en 54 (Jan). Ik hoef de huidige teameden niet te beschrijven, want ze stonden al genoeg in de spotlights in de afgelopen tien jaar. En dat zal ook nog wel de komende jaren zo zijn. Grappig is dat we ons daar nauwelijks druk om maken, om de toekomst. Het voordeel van ouder worden is dat je steeds meer verleden hebt, een geschiedenis die je gastvrij in de luie stoel kunt neerzetten om de koude wintermaanden mee te door te komen, die vrolijke en inspirerende verhalen vertelt over alledaagse grootsheid en kleine heroïek, over individuele prestaties en gedeelde vreugde, over een team dat steeds in samenstelling verandert maar altijd hetzelfde blijft, en over een teamgeest die tegelijk heel bijzonder en buitengewoon vanzelfsprekend is.

 

Zet de luie stoel maar klaar.

 

Paul van der Heijden